zaterdag 21 januari 2017

De meerwaarde van een dansvoorstelling.


Dansvoorstelling door VMBO 3.

Dinsdag- en donderdagmiddag (17 en 19 januari jl.) werd er vanaf 14.15 tot 17.15, tijdens een dansworkshop, per klas gebouwd aan een dansblok. Er werd samengewerkt, op elkaar ingespeeld en geteld. Het was sport, het was theater, het was acrobatiek.
De dansdocenten van organisatie Projects Unlimited (in samenwerking met het Scapino Ballet Rotterdam) voerden de projecten uit. zij gaven les op maat. Ze zagen de mogelijkheden bij elke leerling en speelden daar op in. De mentoren hadden een belangrijke ondersteunende rol. Hun aanwezigheid was van groot belang, wat een spanning en sensatie als je als leerling op gaat treden.
De dansdocenten wisten binnen een kort tijdbestek bij elke groep iets neer te zetten. Er werd gewerkt aan de voorstelling ‘The Great Bean' voor het VMBO. Een bestaand aanbod bij het Scapino ballet Rotterdam.
De onderlingen verschillen waren groot. De ene leerling kan dansen en de andere is sterker in theater. De dansdocenten speelden er mee en wisten het beste er uit te halen. Dat was een pittige klus, zij kenden de dynamiek van de groepen en de achtergrond van de leerlingen niet. Er zijn hele bijzondere situaties ontstaan, juist daardoor. 

De generale repetitie begon om 19.30 en de spanning steeg. Op dat moment werden de groepen samengevoegd op het podium. De mentoren moesten hier en daar wat leerlingen coachen omdat er een pittige klus wachtte: optreden met alle andere derde klassers voor je pa en ma en bovendien kon iedereen zomaar binnenlopen om te komen kijken. 
De druk van een heus publiek daar moet men zich niet in vergissen. Mensen kunnen dan wel eens rare dingen doen. Leerlingen ook. Het oppeppen door de mentoren hielp en de leerlingen gingen toch het podium op, ondanks gierende zenuwen, andere afwijkingen en spontane stress uitingen.
Andere leerlingen gingen (ook heel verrassend) volledig los op het podium!Wauw, er zat heel wat talent tussen. En het plezier spatte er vanaf.
De optredens zijn geslaagd. De leerlingen traden met plezier op en het zag er goed uit. Onze rector gaf aan dat hij de hele voorstelling met een lach op het gezicht heeft gezeten. De mentoren,  de afdelingsleider en ik zijn supertrots op onze leerlingen!



Dansproject ‘The Great Bean'. 
Het thema The Great Bean speelt zich af in ‘the roaring twenties’.
De opkomst van de jazz, Hollywood en de variété op Broadway met nieuwe dansstijlen als Charleston en tapdans. Het is de tijd van uitbundig feesten, nieuwe rijkdom en uiterlijke schijn. De nieuwe vermaakindustrie creëert volop dromen en illusies waarin mensen kunnen ontsnappen aan de werkelijkheid.
Voor de titel The Great Bean wordt verwezen naar de boeien van Houdini, de legendarische illusionist en boeienkoning. Met dans in verschillende stijlen, circusacrobaten en goochelacts toont de schrijver Wubbe de wereld van glitter en glamour maar ook die van de schrijnende tragiek.

Hellen Okx.
Sectievoorzitter VMBO 3 CKV.


zondag 15 januari 2017

Eva Hesse, tracing the rope


Hang up

metronomic irregularity







Inspirerend werk, in ernstige mate! Touw, draad en kosmos. Damn, I love that. 


Close up Eva Hesse.
http://www.tvgids.nl/close-up-eva-hesse-tracing-the-rope/programma/21816877/

Hesse studeerde in 1952 af aan de New York School of Industrial Art, en zette haar studies voort aan het Pratt Institute (1952–1953) en Cooper Union (1954–1957) in New York. Hierna studeerde ze aan de Yale School of Art and Architecture (1957–1959), waar ze les kreeg van Josef Albers en haar diploma Bachelor of Fine Arts behaalde. Toen ze terugkeerde naar New York maakte ze veel vrienden onder de generatie jonge kunstenaars. In 1961 trouwde ze met beeldhouwer Tom Doyle. In augustus 1962 nam ze samen met Tom Doyle deel aan een happening van Allan Kaprow in de Art Students League of New York in Woodstock. Daar maakte Hesse haar eerste driedimensionale werk: een kostuum voor de happening. In 1963 had Hesse een solo-tentoonstelling in de Allan Stone Gallery in New York's Upper East Side.
Tijdens 1964-65 werkte en leefde het paar Hesse-Doyle ongeveer een jaar lang in een verlaten textielfabriek in het Ruhrgebied in Duitsland. Hesse begon sculpturen te maken met materiaal dat was achtergelaten in de leegstaande fabriek: hier maakte ze haar eerste reliëfs van met doek beklede koorden, elektriciteitsdraad en masoniet. Toen ze in 1965 naar New York terugkeerde begon ze te werken met de materialen die haar latere werk zouden kenmerken: latex, glasvezel en kunststof.
Hesse wordt geassocieerd met het postminimalisme van midden jaren 1960, meer bepaald met de anti-vorm-stroming bij beeldhouwers. Ze nam deel aan New Yorkse tentoonstellingen als "Eccentric Abstraction" en "Abstract Inflationism and Stuffed Expressionism" (beide vonden plaats in 1966). In september 1968 begon Eva Hesse met doceren aan de School of Visual Arts. Haar enige solotentoonstelling met sculpturen vond plaats in november 1968 in de Fischbach Gallery in New York, en was getiteld "Chain Polymers". In 1969 werd haar werk Expanded Expansion getoond in het Whitney Museum in New York, tijdens de tentoonstelling "Anti-Illusion: Process/Materials". Hesses werk werd getoond in vele postume tentoonstellingen in Amerika en Europa, onder andere in het Guggenheim Museum (1972), het San Francisco Museum of Modern Art (2002), The Drawing Center in New York (2006) en het Jewish Museum (New York) (2006).

In 1969 werd bij Hesse een hersentumor aangetroffen. In 1970 kwam er door haar jonge overlijden een einde aan haar kortstondige carrière.

Retrieved on 15-01-2017 from: https://nl.wikipedia.org/wiki/Eva_Hesse


Appropriation kunstenaars

Aproppriation: Hergebruik van geleende elementen uit kunstwerk.
Bij apropriation wordt het werk in een nieuwe context gepresenteerd maar in meeste gevallen blijft het goed herkenbaar.


Appropriation kunstenaars spreken zich uit over alle aspecten in de samenleving.

Barbra Kruger- Bestaande foto’s met toegevoegde tekst.




Jeff Koons Reproducties.
Damien Hirst-Dieren op sterk water.
De term Appropriation kunstenaar is ontstaan in de jaren ’80.

Retrieved on 15-01-2017 from kunstvannu.blogspot.nl

Barbara Kruger (born January 26, 1945) is an American conceptual artist and collagist.[1] Much of her work consists of black-and-white photographs overlaid with declarative captions—in white-on-red Futura Bold Oblique or Helvetica Ultra Condensed. The phrases in her works often include pronouns such as "you", "your", "I", "we", and "they", addressing cultural constructions of power, identity, and sexuality. Kruger lives and works in New York and Los Angeles.

Retrieved on 15-01-2016 from:





vrijdag 6 januari 2017

Afscheid van de dodelijke liefde.

Afscheid van de dodelijke liefde


 Nu het roken zo zwaar onder vuur ligt, rijst de vraag hoe lang het nog duurt voordat het verboden wordt tabak af te beelden. 

Misschien is het nog maar een kwestie van tijd dat schilderijen uit musea worden gehaald en kunstenaars aangeklaagd omdat ze rookwaar afbeelden. Benno Tempel, die voor de Kunsthal in Rotterdam een tentoonstelling (2004) maakte over poken in de kunst, kreeg al visioenen van een 'rokende Picasso' die van de muur wordt gerukt. Het lijkt vergezocht, maar Tempel wil toch niet helemaal uitsluiten dat kunstenaars die zich laten inspireren door het roken en rookwaar, ook nog eens onder vuur komen te liggen.
Als je erop gaat letten, realiseer je je pas wat het effect zou zijn van confiscatie van kunstwerken, waarin pijp, sigaar of sigaret een rol spelen. Roken is al eeuwenlang een geliefd thema voor kunstenaars. Moeiteloos vergaarde Benno Tempel werken die een beeld geven van het roken in de kunst- en cultuurgeschiedenis van de zeventiende eeuw tot heden. ”Er blijkt zoveel te zijn. Dat had ik me nog nooit gerealiseerd en anderen kennelijk ook niet, want er is nooit aandacht aan dit thema besteed.”
Het idee om een tentoonstelling te maken over roken in de kunst kwam drie jaar geleden op, toen er ook al allerlei maatregelen werden genomen om het roken terug te dringen. In diezelfde tijd werden kunstwerken in beslag genomen met afbeeldingen van naakte kinderen die wellicht pornografisch zouden zijn. Tempel: ”Ik vroeg me toen af of een verbod om reclame te maken voor tabak, ook gevolgen kan hebben voor kunstenaars die zich laten inspireren door rookwaar”. Die vraag is nog actueler geworden met de strenge anti-rookmaatregelen die met ingang van dit nieuwe jaar hun beslag krijgen. Nu het erop lijkt dat in de westerse wereld het roken na vier eeuwen aan zijn einde komt, is dat een goed moment, vond de kunsthal, om een overzicht te geven van het roken in de kunstgeschiedenis.

Een peuk of pijp is nooit zomaar aanwezig op een schilderij. Tabak speelt vaak zelfs een sleutelrol om een voorstelling goed te kunnen begrijpen en de tijdgeest te doorgronden. Hoewel op een Maya- tempelreliëf uit de vijfde eeuw na Christus al een rokende godheid is afgebeeld, werd de tabaksplant pas in de zestiende eeuw in Europa geïntroduceerd na de ontdekking door Columbus van Amerika. Europese zeelieden namen het roken over van de inlandse bevolking. In de zeventiende eeuw werden voor het eerst ook rokers en rookwaar afgebeeld op schilderijen. Rokers genoten in die tijd weinig aanzien. Op de schilderijen waar gerookt wordt, zijn de lagere sociale klassen, zoals zeelui, soldaten en boertige types prominent aanwezig. Het afbeelden van een pijp gold ook als een seksueel symbool. Een bekend voorbeeld is het schilderij 'Paar in slaapvertrek' van Jan Steen. Tempel: ”De pispot onder het bed met daarop een pijp verwijst naar de geslachtsdaad die aanstaande is.” Rokende vrouwen werden nauwelijks afgebeeld en als ze al een pijp stoppen (niet voor eigen gebruik, maar voor een man), was dat ook een seksuele verwijzing. Vrouwen die zelf roken, zoals later op de schilderijen van Van Gogh, waren prostituees of vrijgevochten types.
In de loop van de zeventiende eeuw trad er een omslag op, toen werd ontdekt hoeveel geld er te verdienen viel met tabak. Bij Amersfoort werden grote tabaksplantages aangelegd en de Goudse pijpen werden wereldberoemd. De rokende boertige types op het schilderslinnen begonnen plaats te maken voor welgestelde families waarvan de mannen hele lange pijpen roken. Na de Gouden Eeuw werd in de westerse wereld plotseling nauwelijks meer gerookt, als je afgaat op de schilderkunst. Maar volgens Tempel heeft dat ook te maken met de armoedige schildersperiode die Nederland toen doormaakte. In de negentiende eeuw was het roken weer helemaal terug op het schildersdoek, waarbij vooral de opkomst van sigaren en sigaretten werd afgebeeld. Roken gold toen als modern, elegant en vrijgevochten, reden dat het vooral in kunstenaarskringen voorkwam. Zelfbewust en arrogant presenteert de schilder Breitner zich op een zelfportret als een man-van-de-wereld. Het sigaretje dat hij achteloos in de hand houdt, onderstreept het beeld van de kunstenaar die zich verheven voelt boven het klootjesvolk.
Ondertussen dienden zich ook nieuwe rookthema's aan, zoals dood en roken. Anti-rokers mogen in Vincent van Goghs Kop van een skelet met brandende sigaar graag een waarschuwing zien, vergelijkbaar met de huidige teksten op sigarettenpakjes, maar de schilder (die zelf pijp rookte) heeft waarschijnlijk een studentengrap uitgehaald. De skeletten die in de ateliers stonden, werden door de leerlingen regelmatig gebruikt voor grappen.


Daarnaast hield het roken in de kunst ook altijd een licht erotische uitstraling, wat fraai in beeld wordt gebracht op het schilderij Flirtation van Leo van Gestel. De violist Dirk Gootjes buigt zich voorover naar An Overtoom, de toenmalige vriendin van Van Gestel. De sigaret die hij losjes tussen zijn lange, elegante vingers houdt, draagt bij aan het beeld van een geheim rendez-vous.





Kunstenaars gingen in de twintigste eeuw de pijp, sigaar en sigaret ook afzonderlijk inzetten om personages te schetsen. De onbekende industrieel die Jan Sluijters in 1943 schilderde, straalt mede dankzij zijn sigaar standvastigheid uit en vaderlandsliefde. Hendrik Chabot portretteerde zichzelf in 1945 als een uitgebluste oude man aan het eind van zijn leven. Het kort sigarettenstompje in zijn mondhoek versterkt de uitstraling van vermoeidheid en droefheid. De nouveaux riches werden vaak afgebeeld met dikke protserige sigaren, arbeiders altijd met sigaretten of shag.
Door alle beperkende maatregelen sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw lijkt het erop dat het roken na vier eeuwen in de westerse wereld aan zijn einde komt. Om die ontwikkeling te illustreren vroeg de Wereldgezondheidsorganisatie WHO een paar jaar geleden aan twintig kunstenaars om de gevaren van roken in beeld te brengen. Vier van deze werken zijn nu voor het eerst in Nederland te zien en ze zijn zo politiek correct, dat je je even afvraagt of deze expositie misschien is bedacht door de WHO en andere anti-rookorganisaties. Maar de Kunsthal verklaart nadrukkelijk dat de tentoonstelling zonder subsidie of sponsor tot stand is gekomen en pro- noch anti-roken is. Een van de kunstenaars die in opdracht van de WHO aan de slag gingen, Miroslav Balka, laat een kinderstoeltje balanceren op vier sigarettenpootjes (Take care). Milene Dopitova ontwierp longen van fluweel en zijde met de boodschap dat schone longen duurzaam zijn. Verder hangen er doodskopmaskers van Zuzanna Janin, gemaakt van sigarettenas.
Maar gelukkig demonstreert de altijd eigenzinnige Damien Hirst dat kunstenaars zich niet voor het karretje moeten laten spannen van welke organisatie ook. Hij lijstte een groot aantal uitgedrukte peuken in die stuk voor stuk herinneren aan voorbije liefdes. De titel Stubbed Out Love suggereert dat liefdes uiteindelijk hetzelfde lot ondergaan als de sigaret, alleen de manier is telkens weer anders, net zoals ook de peuken allemaal verschillend zijn. Op sommige zit nog wat lipstick, andere zijn half opgerookt en weer andere zijn helemaal fijngedrukt. Sarah Lucas zet je even op het verkeerde been met een met sigaretten beplakte doodskist, die zo overgenomen zou kunnen worden in een reclamespotje over de gevaren van roken. Met haar afscheidsgroet Thank you and goodnight verwijst ze echter fijntjes naar de dubbele bodem van haar doodskist: liever iets eerder dood met sigaretten dan je de wet laten voorschrijven door de overheid.

Lange, H.,(03-01-2004) Afscheid van een dodelijke liefde, Amsterdam, Trouw.



323 Peuken staan of liggen allen in hun eigen typische houding op de planken van een vitrinekast. Over dit werk getiteld ‘Stubbed out love’ gaat het verhaal dat wij kijken naar de sigaretten die de kunstenaar Damien Hirst en zijn geliefde keer op keer na de daad hebben gerookt en uitgedrukt. Het roken van een sigaret staat voor Hirst symbool voor de cyclus van het leven: je haalt er eentje uit een pakje, steekt hem aan, geniet er even van, en drukt hem vervolgens uit om het vuur te doven.

Hirst stelt voortdurend vragen bij de betekenis van het leven en de vergankelijkheid van het bestaan.

Damien Hirst, Stubbed out love (1993)
glas, hout, sigaretten, 91 x 122 x 12 cm

Collectie Museum Voorlinden, Wassenaar