vrijdag 6 januari 2017

Afscheid van de dodelijke liefde.

Afscheid van de dodelijke liefde


 Nu het roken zo zwaar onder vuur ligt, rijst de vraag hoe lang het nog duurt voordat het verboden wordt tabak af te beelden. 

Misschien is het nog maar een kwestie van tijd dat schilderijen uit musea worden gehaald en kunstenaars aangeklaagd omdat ze rookwaar afbeelden. Benno Tempel, die voor de Kunsthal in Rotterdam een tentoonstelling (2004) maakte over poken in de kunst, kreeg al visioenen van een 'rokende Picasso' die van de muur wordt gerukt. Het lijkt vergezocht, maar Tempel wil toch niet helemaal uitsluiten dat kunstenaars die zich laten inspireren door het roken en rookwaar, ook nog eens onder vuur komen te liggen.
Als je erop gaat letten, realiseer je je pas wat het effect zou zijn van confiscatie van kunstwerken, waarin pijp, sigaar of sigaret een rol spelen. Roken is al eeuwenlang een geliefd thema voor kunstenaars. Moeiteloos vergaarde Benno Tempel werken die een beeld geven van het roken in de kunst- en cultuurgeschiedenis van de zeventiende eeuw tot heden. ”Er blijkt zoveel te zijn. Dat had ik me nog nooit gerealiseerd en anderen kennelijk ook niet, want er is nooit aandacht aan dit thema besteed.”
Het idee om een tentoonstelling te maken over roken in de kunst kwam drie jaar geleden op, toen er ook al allerlei maatregelen werden genomen om het roken terug te dringen. In diezelfde tijd werden kunstwerken in beslag genomen met afbeeldingen van naakte kinderen die wellicht pornografisch zouden zijn. Tempel: ”Ik vroeg me toen af of een verbod om reclame te maken voor tabak, ook gevolgen kan hebben voor kunstenaars die zich laten inspireren door rookwaar”. Die vraag is nog actueler geworden met de strenge anti-rookmaatregelen die met ingang van dit nieuwe jaar hun beslag krijgen. Nu het erop lijkt dat in de westerse wereld het roken na vier eeuwen aan zijn einde komt, is dat een goed moment, vond de kunsthal, om een overzicht te geven van het roken in de kunstgeschiedenis.

Een peuk of pijp is nooit zomaar aanwezig op een schilderij. Tabak speelt vaak zelfs een sleutelrol om een voorstelling goed te kunnen begrijpen en de tijdgeest te doorgronden. Hoewel op een Maya- tempelreliëf uit de vijfde eeuw na Christus al een rokende godheid is afgebeeld, werd de tabaksplant pas in de zestiende eeuw in Europa geïntroduceerd na de ontdekking door Columbus van Amerika. Europese zeelieden namen het roken over van de inlandse bevolking. In de zeventiende eeuw werden voor het eerst ook rokers en rookwaar afgebeeld op schilderijen. Rokers genoten in die tijd weinig aanzien. Op de schilderijen waar gerookt wordt, zijn de lagere sociale klassen, zoals zeelui, soldaten en boertige types prominent aanwezig. Het afbeelden van een pijp gold ook als een seksueel symbool. Een bekend voorbeeld is het schilderij 'Paar in slaapvertrek' van Jan Steen. Tempel: ”De pispot onder het bed met daarop een pijp verwijst naar de geslachtsdaad die aanstaande is.” Rokende vrouwen werden nauwelijks afgebeeld en als ze al een pijp stoppen (niet voor eigen gebruik, maar voor een man), was dat ook een seksuele verwijzing. Vrouwen die zelf roken, zoals later op de schilderijen van Van Gogh, waren prostituees of vrijgevochten types.
In de loop van de zeventiende eeuw trad er een omslag op, toen werd ontdekt hoeveel geld er te verdienen viel met tabak. Bij Amersfoort werden grote tabaksplantages aangelegd en de Goudse pijpen werden wereldberoemd. De rokende boertige types op het schilderslinnen begonnen plaats te maken voor welgestelde families waarvan de mannen hele lange pijpen roken. Na de Gouden Eeuw werd in de westerse wereld plotseling nauwelijks meer gerookt, als je afgaat op de schilderkunst. Maar volgens Tempel heeft dat ook te maken met de armoedige schildersperiode die Nederland toen doormaakte. In de negentiende eeuw was het roken weer helemaal terug op het schildersdoek, waarbij vooral de opkomst van sigaren en sigaretten werd afgebeeld. Roken gold toen als modern, elegant en vrijgevochten, reden dat het vooral in kunstenaarskringen voorkwam. Zelfbewust en arrogant presenteert de schilder Breitner zich op een zelfportret als een man-van-de-wereld. Het sigaretje dat hij achteloos in de hand houdt, onderstreept het beeld van de kunstenaar die zich verheven voelt boven het klootjesvolk.
Ondertussen dienden zich ook nieuwe rookthema's aan, zoals dood en roken. Anti-rokers mogen in Vincent van Goghs Kop van een skelet met brandende sigaar graag een waarschuwing zien, vergelijkbaar met de huidige teksten op sigarettenpakjes, maar de schilder (die zelf pijp rookte) heeft waarschijnlijk een studentengrap uitgehaald. De skeletten die in de ateliers stonden, werden door de leerlingen regelmatig gebruikt voor grappen.


Daarnaast hield het roken in de kunst ook altijd een licht erotische uitstraling, wat fraai in beeld wordt gebracht op het schilderij Flirtation van Leo van Gestel. De violist Dirk Gootjes buigt zich voorover naar An Overtoom, de toenmalige vriendin van Van Gestel. De sigaret die hij losjes tussen zijn lange, elegante vingers houdt, draagt bij aan het beeld van een geheim rendez-vous.





Kunstenaars gingen in de twintigste eeuw de pijp, sigaar en sigaret ook afzonderlijk inzetten om personages te schetsen. De onbekende industrieel die Jan Sluijters in 1943 schilderde, straalt mede dankzij zijn sigaar standvastigheid uit en vaderlandsliefde. Hendrik Chabot portretteerde zichzelf in 1945 als een uitgebluste oude man aan het eind van zijn leven. Het kort sigarettenstompje in zijn mondhoek versterkt de uitstraling van vermoeidheid en droefheid. De nouveaux riches werden vaak afgebeeld met dikke protserige sigaren, arbeiders altijd met sigaretten of shag.
Door alle beperkende maatregelen sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw lijkt het erop dat het roken na vier eeuwen in de westerse wereld aan zijn einde komt. Om die ontwikkeling te illustreren vroeg de Wereldgezondheidsorganisatie WHO een paar jaar geleden aan twintig kunstenaars om de gevaren van roken in beeld te brengen. Vier van deze werken zijn nu voor het eerst in Nederland te zien en ze zijn zo politiek correct, dat je je even afvraagt of deze expositie misschien is bedacht door de WHO en andere anti-rookorganisaties. Maar de Kunsthal verklaart nadrukkelijk dat de tentoonstelling zonder subsidie of sponsor tot stand is gekomen en pro- noch anti-roken is. Een van de kunstenaars die in opdracht van de WHO aan de slag gingen, Miroslav Balka, laat een kinderstoeltje balanceren op vier sigarettenpootjes (Take care). Milene Dopitova ontwierp longen van fluweel en zijde met de boodschap dat schone longen duurzaam zijn. Verder hangen er doodskopmaskers van Zuzanna Janin, gemaakt van sigarettenas.
Maar gelukkig demonstreert de altijd eigenzinnige Damien Hirst dat kunstenaars zich niet voor het karretje moeten laten spannen van welke organisatie ook. Hij lijstte een groot aantal uitgedrukte peuken in die stuk voor stuk herinneren aan voorbije liefdes. De titel Stubbed Out Love suggereert dat liefdes uiteindelijk hetzelfde lot ondergaan als de sigaret, alleen de manier is telkens weer anders, net zoals ook de peuken allemaal verschillend zijn. Op sommige zit nog wat lipstick, andere zijn half opgerookt en weer andere zijn helemaal fijngedrukt. Sarah Lucas zet je even op het verkeerde been met een met sigaretten beplakte doodskist, die zo overgenomen zou kunnen worden in een reclamespotje over de gevaren van roken. Met haar afscheidsgroet Thank you and goodnight verwijst ze echter fijntjes naar de dubbele bodem van haar doodskist: liever iets eerder dood met sigaretten dan je de wet laten voorschrijven door de overheid.

Lange, H.,(03-01-2004) Afscheid van een dodelijke liefde, Amsterdam, Trouw.



323 Peuken staan of liggen allen in hun eigen typische houding op de planken van een vitrinekast. Over dit werk getiteld ‘Stubbed out love’ gaat het verhaal dat wij kijken naar de sigaretten die de kunstenaar Damien Hirst en zijn geliefde keer op keer na de daad hebben gerookt en uitgedrukt. Het roken van een sigaret staat voor Hirst symbool voor de cyclus van het leven: je haalt er eentje uit een pakje, steekt hem aan, geniet er even van, en drukt hem vervolgens uit om het vuur te doven.

Hirst stelt voortdurend vragen bij de betekenis van het leven en de vergankelijkheid van het bestaan.

Damien Hirst, Stubbed out love (1993)
glas, hout, sigaretten, 91 x 122 x 12 cm

Collectie Museum Voorlinden, Wassenaar





Geen opmerkingen:

Een reactie posten